Kleurslag Goudpel

goudpel

Een van de best doorgefokte kleurlagen bij het Friese hoen is de goudpel. Als een van de eerste kleurslagen zijn ze destijds in de standaard van het Fries hoen opgenomen en sindsdien hebben ze altijd een relatief goede basis gehad. Tot voor enkele jaren terug kwam je zelfs nog tientallen tegen op de clubshow in Sneek.

Anno 2020 kom je ze al een stuk minder tegen al zijn er nog altijd een redelijk aantal fokkers te vinden. Een paar stammen weten een stabiele erg hoge kwaliteit te leveren waardoor er een goede onderlinge competitie mogelijk is.

De kleur kenmerkt zich door een goudgele grondkleur die zo egaal mogelijk over het lichaam van de haan en de hen moet liggen. Bij de haan volgt vervolgens een zwarte staart met om de sikkels en bijsikkels een zo scherp mogelijk begrensde goudgele zoming.
Bij de hennen zien we een peltekening op het hele lichaam op de bovenborst en hals na. In de staart en slagpennen zien we een iets grovere pelling dan op de rest van het lichaam. Karakteristiek voor het Friese hoen is de pelvorm die de vorm van een tarwekorrel moet hebben en de veerschacht en rand niet mag raken. Paarsgewijs zien we deze pelling op de veren liggen, waarbij de grote en plek van de veer bepalend is voor het aantal pelparen wat er op een veer is te zien.

De meest voorkomende fouten die we bij deze kleur zien is een te rode grondkleur, geen of te brede sikkelzoom bij de haan en een verwaterde pelling. Doordat de kleurslag goed is doorgefokt mogen we hoge eisen stellen aan het type, grondkleur, kopversierselen en de pelling.

Om af te sluiten en te benadrukken hoe mooi deze kleurslag is sluiten we af met een citaat van Dr. Nauta. Deze grote promotor van Friese hoenders uit vervlogen tijden, schreef in 1924 een bijna poëtisch verhaal over de mooie goudpel Friese hoenders.

 “Of ze mooi zijn, u moet ze zelf gezien hebben om er over te kunnen oordeelen. U moet de goudpel zien als ze in u hof loopt, als ze komt uitkijken uit het groen van uw heesters, als ze geheel  staat in het groen met vele nuanceeringen en als dan de zon schittering toovert op haar warme donkerbruine pakje, dan zult ge met verrukking merken hoe eenig mooi uw dieren zijn.
Hoeveel genot U dat kijken heeft gegeven en als er in uw hart nog een klein plaatsje is voor poëzie, als ge nog niet een geheel materialistisch wezen zijt geworden in deze naar voordeel jachtende wereld, dan zult ge van uw dieren gaan houden en zij zullen u niet nalaten U te belonen met telkens terugkeerende heerlijke kleureffecten.
Levende schilderstukjes zullen U toonen ’s morgens reeds als de zon er nog niet is en de wazige draden hangen in struiken en gras en ook nog der avonds, als de rust in de natuur is teruggekeerd, als de schemering aanbreekt en zij op hare laatste wandeling over uw erf beeldjes vormen van levendige bedrijvigheid en groote kleurenpracht.
Hij, die zoo zijn dieren kan zien, zal een vriend zijn en blijven van de mooie Friesche goudpel.”

(Bron www.fryskehinnen.frl)